Multiversale compositie

Stel je het multiversum voor als een onophoudelijk muziekstuk, waarin elke mogelijke configuratie van de werkelijkheid een noot of melodielijn vormt die zich in het oneindige ontvouwt. Elke quantum superpositie, elk kleinste besluit dat de werkelijkheid splitst, functioneert als een nieuwe klank in deze kosmische compositie. Zo ontstaat een oneindig muziekstuk waarin elke afsplitsing zijn eigen melodie krijgt – een zijweg, een nieuwe versie van wat had kunnen zijn.

Sommige atheïsten stellen dat de perfecte afstemming van fundamentele constanten niets met een goddelijke hand te maken heeft, maar simpelweg een van de vele toevalligheden is. Toch, als het multiversum zich bij elke quantum superpositie in oneindige afsplitsingen vertakt, komt het specifieke bestaan voort uit een noodzakelijke samenhang van klanken en melodieën die precies deze configuratie van het leven mogelijk maken.

De valkuil hierbij is telkens het duale denken, dat zich nu manifesteert in termen van ‘zelf’ en ‘een afsplitsend universum’ en dat echoot door bij vele overtuigingen of ideologieën, zoals het hindoeïsme, de islam, het jodendom, het socialisme en het liberalisme. Dit is irrationeel en vereist dialectiek (de opvatting dat vooruitgang ontstaat door conflict), omdat de zwaartekracht van stoffelijk en dualistisch denken vaak zwaarder weegt dan de logica die suggereert dat een cadens zoals I-IV-V een impliciete, harmonische welluidendheid bevat. Door deze herkenning te volgen, ontstaat erkenning dat er ook andere vormen van cadensen bestaan.

De muziek van het multiversum heeft delen met een herkenbare structuur en harmonische lijnen, vergelijkbaar met een cadens (I-IV-V) die spanning en oplossing in balans brengt. Het feit dat de fundamentele constanten zo precies een vruchtbaar universum opleveren, weerspiegelt deze cadens I-IV-V in een muziekstuk – een perfecte harmonie die leven en balans mogelijk maakt. Dit universum is niet zomaar één van de vele klanken, maar een unieke compositie die voldoet aan een heel specifieke harmonie – de fine-tuned configuration. Dit onderscheidt het van het chaotische of willekeurige geluid dat soms klinkt in experimentele muziek – zoals bij Luigi Russolo – waarin de klanken onvoorspelbaar zijn, maar toch een onderliggende configuratie of structuur weerspiegelen. Zelfs toeval blijkt dan een eigenschap van de compositie te zijn.

Het maakt niet uit in welke melodielijn iemand zich bevindt; het gaat erom in de huidige melodie de universele cadens te herkennen en te omarmen. Dit inzicht leert de boodschap van de componist begrijpen en brengt vervoering door het grotere geheel. Elk universum is een melodielijn, maar het specifieke bestaan vormt die ene uitgesproken toon die, uit alle mogelijkheden, de perfecte harmonie van het geheel weerspiegelt. Dit is geen toeval, maar de specifieke cadens van het oneindige muziekstuk.

Het afwijzen van het idee van een componist kan als onlogisch worden gezien, alsof iemand vasthoudt aan het stoffelijke denken en vastzit in de dualiteit van ‘zelf’ en ‘zijn’ en uiteindelijk in de dualiteit zelf. In die toestand blijft er weinig ruimte voor de geest van de componist, die juist het geheel zin en samenhang geeft. Zo resoneert het hart van de persoon en componist als één geheel wanneer gelijkgestemden elkaar versterken bij elke modulatie, dynamiek, tempo of ritmeverandering.

Plaats een reactie