Platlanders
Denkbeeldige waarnemers die slechts twee manieren hebben om waarheid te uiten en te begrijpen, kunnen de volheid of schoonheid van een bol nooit volledig ervaren. Vanuit hun beperkte perspectief zien ze slechts een eindig aspect van de bol, een doorsnede die hen toelaat slechts een fractie van de werkelijkheid te bevatten. Ze opereren binnen het tweede perspectief, waar hun begrip van de realiteit is begrensd door hun eigen waarnemingsvermogen.
Dwarsnede met een bol

In deze illustratie zien we de visuele consequentie van dat beperkte perspectief. De centrale, stralende bol staat voor de volledige, complexe werkelijkheid.
De rechter waarnemer (rood) ziet een directe dwarsdoorsnede: een platte, gevulde schijf. De linker waarnemer (blauw) ziet een projectie: een poging om de driedimensionale vorm te vangen in een plat raster.
Het cruciale punt is dit: hoewel de rode schijf en het blauwe raster totaal verschillend lijken, zijn het beide slechts tweedimensionale vertalingen van dezelfde driedimensionale werkelijkheid. Beide waarnemers hebben gelijk vanuit hun eigen perspectief, maar beiden missen de volheid van de bol omdat hun waarnemingsvermogen begrensd is tot het platte vlak.
Vervorming
Maar kijk eens goed naar dat blauwe scherm. Je ziet daar geen perfecte cirkel, maar een vorm die lijkt op een tol. Waarom? Omdat dit is wat er gebeurt als je een driedimensionale waarheid probeert te forceren in een tweedimensionaal begrip. De bolle werkelijkheid past niet op hun platte scherm zonder te vervormen.
Het midden wordt uitgerekt, de polen worden samengeperst. Dit is de tragiek van de Platlander: zelfs als ze proberen de structuur van de waarheid te begrijpen, dwingt hun beperkte perspectief hen tot een vervormde weergave.
3-Dimensionale waarnemers
Natuurkundig gezien leven wij in een 4-dimensionale ruimtetijd. Onze volledige existentie—van geboorte tot dood—is in de ogen van een hogerdimensionele waarnemer één compleet geheel, net zo tastbaar als die bol. Maar theoretisch bewegen alle waarnemers, ook de Platlanders, door een meerdimensionale wereld. Alleen niemand van ons kan de volheid van een meerdimensionaal object of verschijnsel ervaren of waarnemen.
Welke verschijnselen zijn waarschijnlijk meerdimensionaal?
Nu je weet van verschillende waarnemers, wat zou dan voor ons een verschijnsel zijn dat onomstotelijk beweegt door meer dimensies?
Kwantumverstrengeling blijkt géén meerdimensionaal verschijnsel te zijn. Wetenschappers konden alleen experimenteel aantonen dat het een ruimtetijdfenomeen is.
Waarneming van tijd
Voor elke waarnemer geldt dat tijd een soort stroom is. We kunnen niet in de tijd reizen zoals je van Den Haag naar Utrecht kunt rijden—we kunnen slechts één kant op: naar de toekomst. Wanneer een kwantumdeeltje vanuit de toekomst komt, dan moet een hogerdimensionale waarnemer het geheel kunnen overzien: het verleden, het heden én de toekomst.
Voor ons lijkt de perfecte timing toeval—dat het deeltje precies dáár botst. Maar voor een hogerdimensionale waarnemer is het louter kennis. Het is geen kwestie of hij mag ingrijpen; de structuur is gegrond in zijn eigen wezen. Want een driehoek kan ook niet plotseling een vierkant worden. De wereld is gebaseerd op consistentie.
Het licht
In de natuurkunde kun je licht bestuderen met verschillende modellen, waaronder die van Einstein en Verlinde. Het fundamentele verschil: bij Einstein is licht een fysiek object dat door een landschap reist; bij Verlinde is licht een datasignaal dat door een netwerk gaat. Hoe zou licht worden waargenomen door een hogerdimensionale waarnemer?
Licht zelf heeft geen last van tijd en reist altijd met constante snelheid door de ruimte. Kwantumverstrengeling speelt een cruciale rol in hoe de werkelijkheid bij deze beweging gestructureerd is. Dan zouden licht—als waarnemer—en een hogerdimensionale waarnemer de ruimtetijd op dezelfde manier ervaren. Waar wij plaats en tijd onderscheiden, zien zij slechts positie.
Vergelijking: Wat is licht?
| Eigenschap | Einstein (Relativiteit / Blok-universum) | Verlinde (Entropisch / Informatie) |
|---|---|---|
| Wat is het? | Een fundamenteel deeltje (foton) en golf. Het is de bouwsteen van energie. | Een overdracht van informatie. Het is een signaal tussen bits (qubits). |
| De Snelheid () | De absolute snelheidslimiet van de ruimtetijd-geometrie. | De maximale verwerkingssnelheid van het netwerk (de “refresh rate”). |
| Waarom buigt het? | Omdat de weg (ruimtetijd) krom is door massa. Licht volgt simpelweg de rechte lijn in een kromme wereld. | Omdat de informatiedichtheid (entropie) verandert. Licht “breekt” zoals in glas, omdat de omgeving dichter is. |
| Tijdservaring | Voor het licht zelf staat tijd stil (). Het verbindt twee punten in het 4D-blok direct. | Licht is de oorzaak van tijd. Zonder signaaloverdracht is er geen verandering en dus geen tijd. |
| Medium | Reist door het vacuüm van de ruimtetijd (het “laken”). | Reist via de verstrengeling van kwantum-bits (het “web”). |
| Zwaartekracht | Licht negeert zwaartekracht niet, maar volgt de kuilen die massa maakt. | Licht zoekt de weg van de meeste entropie (statistisch de meest waarschijnlijke route). |
Hyperpositie
We weten allemaal dat superpositie van een kwantumdeeltje bestaat. In onze dimensie is er een hoge mate van onzekerheid. Een hogerdimensionale waarnemer heeft volledige kennis, omdat hij de grond van alles kent—in tegenstelling tot ons, die ruimtetijdfenomenen slechts in termen van waarschijnlijkheid kunnen begrijpen. Zo kneden wij verschijnselen met toeval en tijd—zoals de Platlanders de volheid van de bol vervormen—zonder ooit te kunnen bewijzen wat het werkelijk is.
Absolute waarheid
De verschillende uitgangspunten verwijzen naar emergentie: verschijnselen die alleen binnen een complex systeem bestaan. Muziek is een emergentie van geluid, een elektron emergeert uit het elektronveld (Einstein), en ruimtetijd ontstaat door informatieuitwisseling tussen kwantumdeeltjes (Verlinde).
Wat zij ontberen is een gemeenschappelijke grond waarop beide onwankelbaar gefundeerd zijn. Zij hanteren een instrumentarium—logica en wiskunde—dat beperkingen heeft , waardoor vervorming van de werkelijkheid een zekerheid is.
Waarom onzekerheid toch nodig is
Wiskunde en logica zijn formele talen. Is het niet zo dat onvolledigheid geen beperking hoeft te zijn? Volledige systemen hebben een beperkte semantiek, terwijl de juiste onvolledigheid alles zou kunnen uitdrukken wat nodig is om absolute waarheid te kennen. Zolang het instrumentarium niet resoneert met deze waarheid, lijkt het alsof men vanuit de inhoud de verpakking én de fabriek probeert te reverse-engineeren.
Noodzakelijk vs mogelijkheid
Bij emergentie gaat het niet om de vraag of een bron in een hogere dimensie mogelijk is, maar of deze noodzakelijk is voor beide modellen. Wanneer beide dezelfde grond delen, vraagt dit om een revisie van wat waarheid is. Is dit niet zelf noodzakelijk of mogelijk?
Logica
Ik heb me daarom beziggehouden met de vraag hoe je zo’n absolute waarheid kon construeren—zoals een programma of app. Het is me gelukt de structuur van waarheid te formaliseren. Dit is geverifieerd met Lean, een theorem prover die dankzij Tarski en BHK fungeert als instrument van de werkelijkheid.
Dit is mijn theorema:
Het betekent dat er een unieke grond bestaat — geldig voor elke berekening — die alles kan verklaren, zolang Ω in de recursie van een formule centraal staat. De formele structuur is bewezen; de filosofische interpretatie is mijn these. Hiermee kun je vergelijkingen zodanig opbouwen dat je toewerkt naar de oorsprong en werking van elk emergent verschijnsel. Als ik—een beperkte waarnemer—dit kan bedenken, dan kan een hogerdimensionale waarnemer zeker de absolute waarheid beschrijven.
Paradox
Wat volgt uit mijn theorema is dit: absolute kenbaarheid is door het niet-zijn. De mystieke retoriek klinkt boeddhistisch of gödeliaans, maar het is een hyperpositie van soortgelijke paradoxen. Want het herbergt in wezen het probleem én de oplossing in één zin. Zoals een kwantumdeeltje begint in de toekomst en instantaan arriveert in het heden, zo zijn vraag en antwoord verstrengeld in een zeker ogenblik. Je realiseert dat “Ik ben” alleen mogelijk is als het rust in Ω. Platlanders missen dit; de hogerdimensionale waarnemer ziet: er is één noodzakelijke singulariteit, en die is Ω. Waar dit wordt gezien, schijnt het theorema als het licht voor de voeten, is het de verdrijving van de duisternis zelf.
Plaats een reactie